“Ik schilder zoals een ander nagelbijt”, zo gebruikt George Lampe in 1971 een quote van Picasso om zichzelf te typeren. Die gedrevenheid wordt al bij zijn eerste tentoonstelling in 1941 door de recensent van het NRC opgemerkt. George is dan net 20 jaar oud.

George Lampe wordt geboren in Schiedam op 30 juli 1921. Vanaf 1935 woont hij in Den Haag. Na twee jaar HBS kiest hij in 1936 voor de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Daar krijgt George les van o.a. Paul Citroen, Rein Draijer en Willem Schrofer. Ze worden vrienden voor het leven.

Direct na de oorlog werkt George als illustrator voor het Haagsch Dagblad. Zijn eerste naoorlogse tentoonstelling vindt plaats in 1947. Begin jaren 50 wordt Lampe’s gedrevenheid weer echt zichtbaar: illustraties en politieke collages verschijnen in Vrij Nederland, vanaf eind jaren 50 schrijft hij talloze kunstbeschouwingen, werkt hij als creatief therapeut voor kinderen, ontwerpt decors en textiel, is docent aan en later directeur van de Vrije Academie. In 1952 trouwt hij de journaliste Bibeb met wie hij dan al enkele jaren heeft samengewerkt. En George schildert!

Een jonge George Lampe

Foto genomen tijdens George's laatste expositie (Pulchri, 1981)
Een collectie van 'ruim 200 schilderijen, honderden tekeningen, tientallen gouaches en een nog onbekend aantal films''

De jaren van zijn kunstenaarschap worden gekenmerkt door enorme veranderingen, zowel maatschappelijk als op artistiek niveau: de wereld is in beweging, alles staat ter discussie en de ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op. George, volop hierbij betrokken, laat duidelijk merken wat hij ervan denkt. In 1960 richt hij de schildersgroep Fugare op. Deze beweging kenmerkt zich door een nadruk op abstractie en experiment. Tegelijkertijd wordt de figuratieve traditie niet verwaarloosd.

Eind jaren 50 werkt George als docent aan de Vrije Academie. In 1964 wordt hij adjunct-directeur en in 1968 volgt hij Livinus van den Bundt op als directeur. Onder zijn bezielende leiding verandert de Vrije Academie totaal van karakter. Lampe wil beeldende kunstenaars (professionals én amateurs) een plek bieden waar zij zich samen optimaal kunnen ontwikkelen. Om dit ideaal kracht bij te zetten wordt in 1970 de naam van de Vrije Academie veranderd in ‘Psychopolis’. Het grote succes komt de jaren daarna tot uiting in de stijging van het aantal studenten tot maar liefst 2.500.

George Lampe toont zijn schilderijen en tekeningen op talrijke tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Het onbetwiste hoogtepunt, en wereldwijd de meest spraakmakende, is de presentatie in Galerie Motte te Parijs (1966). Hij exposeert daar op uitnodiging van de schrijver Jacques Damase. De schilderijen van vrouwen en gruwelen die hij daar exposeert, slaan in als een bom. Er wordt over geschreven in o.a. Le Monde en The New York Times. Zijn laatste expositie vindt plaats in Pulchri, van december 1981 tot en met januari 1982. Hij is dan al ernstig ziek. Op 18 maart 1982 overlijdt hij.

George Lampe is niet alleen als beeldend kunstenaar maar ook als schrijver actief geweest. Hierdoor vertelt elk schilderij, elke tekening een verhaal en wordt het de drager van een mening of een visie. Zijn abstracte werk kenmerkt zich door een explosie van krachtige gebeurtenissen die direct bij de toeschouwer naar binnen komt. Raadselachtige donkere landschappen waarin van alles gebeurt en waarin je zomaar kunt verdwalen. Welk werk je ook bekijkt, het is nooit zomaar een plaatje of een simpele illustratie. Wanneer je de in Parijs geëxposeerde serie gruwelen en vrouwen bekijkt, word je niet alleen gepakt door het afschrikwekkende, de priemende ogen, de half verborgen boodschap, maar ook door de zweem van erotiek en relativerende toegankelijkheid. Zijn latere figuratieve werk valt op door de ogenschijnlijk simpele manier waarop de karaktervolle personages herkenbaar zijn neergezet. De lijnvoering in deze late periode verraadt zijn vroegere talent als illustrator.

George Lampe heeft zich als kunstenaar laten inspireren door de overvloed aan stijlen die in de loop van de twintigste eeuw zijn langsgekomen: het Kubisme, het Expressionisme, Cobra, de Pop-Art etc. Hij absorbeerde ze, vertaalde ze naar eigen goeddunken om ze vervolgens weer achter zich te laten door uiteindelijk terug te keren bij zijn oorsprong: het figuratieve, de klare lijn. De ervaring met de diverse kunststromingen heeft hem uiteindelijk vrij gemaakt, zijn kunstenaarschap doen excelleren, zijn hoofd leeggemaakt en hem laten schilderen wat hij zag.

Zelfs in perioden waarin hij druk is met andere werkzaamheden blijft George tekenen en schilderen. Veel van dat werk wordt opgeslagen. De hoeveelheid is aanzienlijk: ruim 200 schilderijen, honderden tekeningen, tientallen gouaches en een nog onbekend aantal films. In al die jaren is daar weinig mee gebeurd. Ten behoeve van deze expositie zijn de kunstwerken waar nodig geconserveerd zodat ze in optimale conditie kunnen worden gepresenteerd.

George Lampe (1921-1982) is getoond in Pulchri afgelopen 19 januari tot 20 februari.