Meningsverschillen rondom Picasso

Gepubliceerd in Vrij Nederland. Datum onbekend maar vermoedelijk rond 1956.

De tijd is voorbij, dat Picasso echte orkanen ontketende. Hij is al lang geaccepteerd. Slechts voor aller hardnekkigsten is hij nog sensatieobject, maar als zonadig al erg vertrouwd en bijna gezellige vormen aannemend, zoals de sensaties van bioscoop en circus.

Zelfs deze kring spreekt zijn naam niet meer uit met die allerdiepste toon van verontwaardiging van weleer. Hij heeft al te lang zijn stempel met enorme kracht gedrukt op de kunst onzer dagen. De zwakken imiteren of verguizen hem al gedurende tientallen jaren schaamteloos, sterken werden door hem beïnvloed en meesters met een eigen weg kruisten zijn pad en leerden van hem.

De talloze geschriften over hem hebben ons zo overladen met quasi-diepzinnigheden, de polemieken waren zo overdadig, dat we met vreugde vaststellen, dat er slechts één gebied is, waarop de discussie met reële zin en vrucht kan worden voortgezet, nl. in de kunst zelf door kunstenaars, die ten opzichte van de problemen die Picasso stelde iets hebben te zeggen.

Ik wil dit graag accentueren, daar de meeste critici, zelf geen schilders, over het algemeen een neiging hebben zich uit te spreken in termen die aan alle andere gebieden dan die der kunst ontleend zijn. Voor ons schilders zijn de problemen, die Picasso stelde, bovenal esthetische, en geen psychologische of filosofische.

Deze problemen kan men nu in Den Haag van vlakbij leren kennen. In het Gemeentemuseum aldaar heeft men een tentoonstelling van grafische werken van Picasso ingericht, die helaas slechts tot 4 oktober te bezichtigen is. Men vindt er grafische voortbrengeselen van verschillende aard en techniek, corresponderend met de perioden, waarin men Picasso’s werk zo graag onderverdeelt.

Een onderverdeling, die in wezen kunstmatig is.Want niet die perioden met hun uiterlijke verschillen zijn het belangrijks, maar de hand van Picasso, die steeds dezelfde blijft, zodat men in welke periode dan ook inderdaad kan spreken van ….een Picasso. Ik ben het dan ook niet eens met een oude collega, de schilder Sologoub, die ik op de tentoonstelling ontmoette en die Picasso vergeleek met iemand die wil zingen, niet slechts als tenor, maar ook als bariton en bas. Iemand die dat wil, kent zijn natuurlijke grenzen niet.

Deze vergelijking treft één der problemen die Picasso stelt, maar is onjuist. De perioden van dit werk zijn niet te vergelijken met de stem, die zichzelf ontrouw tracht worden.

De zaak waar het hier om gaat, ligt anders en is die van het non-conformisme bij uitstek. Het gaat om het gebruik maken van alle mogelijkheden, van lijn, kleur en vlak, die het beeldend materiaal bezit. En dit gebruik is niet geremd door esthetische dogma’s, niet uit op de vorming van een vaste stijl, zoals men dat graag ziet, niet erop uit iets wat (meestal door epigonen) mode is geworden te verankeren als de uitdrukkingsvorm waar het op aan zou komen.

Een ander punt door Sologoub aangevoerd wil ik u ook niet onthouden, want ook dit is interessant en ook daarmee kan ik het niet eens zijn.

Het betreft de werken in de zaal, waarin Picasso in een Pompejaanse wereld van erotiek, bevolkt met antieke schonen, schijnt te toeven en waarin men de Minotaurus kan aantreffen. Mijn opponent bleek hieruit te destilleren, dat Picasso bij lange na niet het oorspronkelijk genie zou zijn, waarvoor hij wordt aangezien. Want zei hij, dit is niet normaal ontstaan uit het contact met onze hedendaagse wereld, maar het gevolg van een kiezen uit de kunstgeschiedenis van motieven die “het doen”, om ze daarna smaakvol en met de onverbeterlijke vaardigheid van een groot artist samen te stellen en te behandelen, esthetisch zou het dan ook niets nieuws brengen en niet van deze tijd zijn.

Nu, dat is een opinie waarop veel valt aan te  merken. Want de zaak van de motieven in de beeldende kunst is typisch: ze keren nl. graag terug en in wezen komt het op de motieven niet aan, maar om wat men er mee doet. Ik zie alleen maar, dat Picasso, waar hij ook zijn motieven vandaan haalde, er ….Picasso’s van maakte en geen domme herhalingen van wat geweest is.

Men bekijke deze etsen aandachtig en men zal moeten toegeven, dat de uitdrukking van de lijn, de spanningen in het vlak, de expressie der figuren, de typische vertekeningen niet antiek, maar specifiek Picassodie-aans zijn. Men zal moeilijk iemand anders kunnen vinden, met zo weinig middelen een figuur kan omschrijven, die zijn lijnen met zoveel spanning weet te vervullen, en die zulk een directe gaafheid van zijn werk tot stand weet te brengen, in beelden zo typerend van verhouding voor de man die ze maakte.

Het is onzinnig te denken, dat elk voortbrengsel dezer enorme productie even waardevol zou zijn. Dat is een mystificatie, van de goed florerende kunsthandel afkomstig. Maar overal op deze tentoonstelling zal men werken aantreffen die indruk maken door de vindingrijkheid en fantasie waarmee de middelen werden gebruikt en vormen ontdekt.

Zijn lithotechniek heeft de interesse der lithografenwereld terecht gewekt, door de nieuwe experimenten, die een ongewone en rijke materie deden ontstaan. Ik laat de beschouwing der werken afzonderlijk aan u over, nadat u ze gezien hebt en hebt kunnen vaststellen, dat naast de generatie der 70-jarigen nog niets is verschenen dat hen verouderd doet blijken. Zij zijn de generatie van de oorspronkelijken, van het avontuur met het materiaal. Juist deze kant van die generatie spreekt bij Picasso het sterkst. Kritiek op hem past maar heel weinigen, want er zijn niet veel die zich met hem kunnen meten.

 G.G. LAMPE

Werk van 7 maart 1921

Het rusten van de beeldhouwer voor zijn paarden en een stier