Op de Floriade

Gepubliceerd: 7 Mei 1960 in Vrij Nederland

Tussen bloemen een tentoonstelling van belangrijke beeldhouwkunst

Het is voor mij niet zeker of de liaison tussen de beelden- en bloemententoonstelling, waarmee men de Floriade in Rotterdam tot een dubbel evenement wil maken, aan alle kanten even gelukkig is. Ik heb (technische) bezwaren tegen de opstelling. Natuurlijk is hier een unieke gelegenheid beeldhouwwerk via een listige omweg te introduceren bij de door bloemengeur gelokte zwermen die het terrein bevolken. Zelfs als ze de beelden ternauwernood bekijken (dat gaat, zoals mij opviel, voor een belangrijk percentage op) kan men zich vleien met de idealistische hoop, dat ze onder de drempel van het volle bewustzijn ‘contact’ hebben gemaakt. Voor hen die voor de beelden komen zijn er een paar nauwelijks te verkroppen bezwaren. Sommige van de beeldhouwwerken kan men slechts gespannen over meters brede gazons en bloembedden turend – een Tantaluskwelling – uit de verte zien lokken. Dat een buitenopstelling van beeldhouwwerk ideaal is, is een favoriete opvatting, maar zoals hier blijkt, niet zonder meer waar.

Als men met enige moeite over dergelijke bezwaren is heengestapt, kan men zich vrij maken om deze beeldententoonstelling als een gebeurtenis van ingrijpende betekenis te beleven. Het is een machtig exposé van de ontwikkeling van de hedendaagse beeldhouwkunst. De conflicten in de moderne beeldhouwkunst, de barensweeën, zijn hier in tot beelden gestolde vorm zichtbaar. De voor de ontwikkeling noodzakelijke strijdbaarheid (grimmig soms) heeft tot niet minder noodzakelijke, maar daarom niet minder merkwaardige gevallen van over- en onderschatting geleid. De hier vertegenwoordigde Rodin b.v. is evenals de impressionisten een tijdlang slachtoffer geweest van een tegen het ‘impressionistisch vormverlies’ gekante reactie. Het is nog niet zo lang geleden dat een man als Archipenko met onverholen afkeer verklaarde, dat het werk van Rodin hem deed denken aan gekauwd brood. Dat was in een tijd dat men naar uitgesproken onschilderachtige en onsentimentele plastische waarden op zoek was. Met de huidige wending naar ‘organische bewegelijkheid’ en ‘structuur’ maakt Rodin weer een betere kans. Het werk van Germaine Richter heeft in ieder geval (bij alle enorme verschillen) meer verwantschap met de boetserende structuur van Rodin, dan met de spanningsvlakken aanschroevende kubisten of met Maillol. Wat Rodin overigens heeft gedaan (niet minder revolutionair) om de beeldhouwkunst te verlossen uit het allegorische, het lievige, het clichématige, en statische is al duidelijk af te lezen uit miniatuurscheppingen , zoals ‘Zes figuren van de dans’. Met een absoluut gevoel voor dynamiek en beweging zijn ze zo ver weggebracht van het anekdotische, het detail-imiterende dat ze bijna tot bewegingstekens zijn gereduceerd. Met een weldoende ruigheid.

Rodin Balzac

Een aantal van zijn andere werken (‘Balzac’, ‘De schrijdende man’, etc. ) vertolken zijn principes op een wijze die alleen geniale mensen zich kunnen permitteren; soms wankelend boven afgronden van randgebieden die – zoals in zijn geval – soms nauwelijks nog iets met de essentie van de plastiek te maken hebben.

Intussen is het zo dat de één naarstig streeft naar zuiverheid en absoluutheid (met de kans in leerstelligheid vast te lopen) zonder ooit erin te slagen in zijn werk méér dan technisch vermogen en wat talent te investeren, terwijl een ander, onorthodox en soms tegen alle regels in, werken van unieke waarde voortbrengt.

DRIE GROTEN

Het hangt meer af van karakter en mentaliteit, gepaard aan de diepte waarin de wortels van het kunstenaarschap doordringen dan van hetgeen men nastreeft en per se ‘wil’. Merkwaardig is het overigens te zien hoe Renoir (waarbij we altijd onmiddellijk denken: ‘schilder’) zich aanzienlijk meer om essentieel plastische waarden bekommerde dan Rodin. De vorm waarin hij zijn vrouwen schilderde geeft, wat dat betreft, een even duidelijke hint, als de nerveuze, op dynamiek en beweging gerichte tekeningen van Rodin. De boetserende bewegelijkheid van Bourdelles oppervlakken is verwant aan Rodin. Natuurlijke tragiek en pathos beïnvloeden zijn vorm echter niet gunstig. Ik kan daar evenmin zonder meer in geloven dan in Wagner. Een al te groots gebaar maakt achterdochtig. Toch is Bourdelle meer dan technisch begaafd, een soort halve reus, die aan de sentimenten van zijn tijd: ‘Die Welt von Gestern’ leed. Drie figuren op de tentoonstelling zijn naar mijn smaak alleen al een bezoek waard. Ze dragen het moeilijk te omschrijven maar onmiskenbare teken van grootheid. Het zijn Laurens, Lipchitz en Moore. Men krijgt de indruk dat hun vormen niet pogen te flirten met de toeschouwer.

Henri Laurens
La grande musicienne

Van Laurens heb ik het gevoel dat hij aanzienlijk minder wordt geacht dan hij in werkelijkheid waard is. Hij versmaadt in zijn strenge vorm de schilderachtige bekoorlijkheden waarvan vele Italiaanse beeldhouwers zich zo wellustig en koket bedienen, zoals men op deze tentoonstelling kan zien. Zijn werk liegt er niet om. Het is hard, zakelijk, expressief maar niet onzinnelijk, zonder romantische toespelingen die de eigenlijke kwaliteit moeten verdoezelen. De Italiaanse beeldhouwers – van niet gering formaat – hebben dan ook een aanzienlijk klinkender succes dan Laurens.

De barokke instelling van Lipchitz staat hier tegenover ongeveer zoals kubisten zich tot expressionisten verhouden, alhoewel noch Laurens noch Lipchitzzich simpelweg laten identificeren met deze ‘-ismen’. Grote figuren zijn nu eenmaal moeilijk of in het geheel niet van een etiket te voorzien.

Henri Moore Older but not wiser

Voor Moore koester ik diepe bewondering. Niet slechts om de magische suggestie die hij zijn vormen meedeelt, maar ook om de moedige veelzijdigheid waarmee hij talloze vormproblemen te lijf gaat. Men ‘is’ niet alleen veelzijdig, men moet het ook ‘durven zijn’. Dat ligt voor de kunstenaar, die soms terugschrikt voor opoffering van het verworvene ten bate van nieuwe riskante avonturen, minder makkelijk dan men gewoonlijk beseft. Wie Moore kent – dus ook zijn tekeningen – kan zien dat hij een voorbeeld is van die grote artistieke vrijheid, gepaard aan genadeloze werkdiscipline, de beste kunstenaars eigen. En hen doet scheppen uit bittere nederlagen van vallen en opstaan, kenmerkender voor het werk van de kunstenaar dan de romantische ideeën omtrent inspiratie die men er gemeenlijk aan verbindt. Moore in ieder geval benadert zijn vormproblemen zonder verstarring, niet mechanisch, niet orthodox. Al naar hij het nodig vindt beweegt hij zich heen en weer tussen abstractie en benadering van de visuele werkelijkheid.

TAJIRI’S ROL

 Tajiri stelt een interessant probleem. Binnen (in Boymans) vindt men zijn ‘victory’. Een figuur ten voeten uit, zonder armen, zonder hoofd. Merkwaardig is hier het samengaan van een kantwerkachtige structuur (volslagen experimenteel) met een bijna naturalistische vorm. Één moment rijst de vraag of de experimentele uitwerking van de vorm te rijmen is met het naturalistisch karakter in de conceptie van de figuur. Tot men zich realiseert dat juist daardoor een veelbelovende mogelijkheid in het vooruitzicht wordt gesteld. De moderne kunst is rusteloos op zoek naar wegen die van de altijd dreigende verstarring afleiden. De laatste tijd heeft de abstraherende kunst de visuele werkelijkheid op een nieuwe en speciale manier benaderd. Zodat men kan zeggen dat de kunst, die eerst niets meer mocht voorstellen, nu alles kan voorstellen.Het zou wel eens kunnen dat een dergelijke twee-eenheid zoals Tajiri tot stand bracht tussen het experimenteel-abstracte en de aan visuele wereld verwante vorm van een schier naturalistische figuur, een van de voorboden is van de samenvatting die eens de beeldende middelen weer zal smeden tot een nieuwe algemenere vorm. Als men weet dat er verder werken zij van Giacometti, Manzu, Minguzzi, Armitage, Andriessen, Butler, Calder, Esser, Gargallo, Greco, Paolozzi, Meadows, Matisse, Mascherini, van Pallandt, Romijn, Picasso (3 kleine kopjes) en Zadkine – om er enkele te noemen – zal men mij vergeven dat ik het laat bij de vermelding van hun aanwezigheid. De mij toegemeten ruimte maakt die beperking noodzakelijk. Er zijn nog talloze dingen die de moeite van het bekijken waard zijn. Gaat u dat doen. De namen die ik citeerde maken duidelijk dat het hier gaat om een tentoonstelling van internationale betekenis, die men alleen door ziekte verhinderd mag verzuimen.

GEORGE LAMPE