Hercules Seghers

Subtitel: Landschappen vol leven
Gepubliceerd: Januari 1955 in Vrij Nederland.

TOT 20 SEPTEMBER kunt u in het Museum Boymans te Rotterdam een tentoonstelling zien van grafische en geschilderde werken van Hercules Seghers. Tijdgenoot van Rembrandt, die ook werken van Seghers in bezit had, en vrijwel de enige was met begrip voor de merkwaardige picturale kwaliteiten ervan.

Seghers leefde dan ook n de bitterste armoede. Van zijn eerste optreden af stuitte hij op het onbegrip van het publiek. Eigenlijk is hierin nog niet zo erg veel verandering gekomen. Voor de meeste mensen, zo ze al ooit van Seghers gehoord hebben, leeft hij in de schaduw van Rembrandt. Zó diep in de schaduw dat de meesten zijn naam niet kennen en hij wordt de kindertjes in de zesde klas ook niet geleerd als er over de Gouden Eeuw wordt gepraat.

Hoe goed Rembrandt hem echter zag, blijkt uit het feit dat hij niet slechts Seghers’ werk bewonderde en verzamelde, maar er ook iets van leerde. Het is misschien niet te ver gezocht als we aannemen, dat Rembrandts eigen picturale karakter van Seghers een levenwekkende injectie kreeg. Er is ook een duidelijke verwantschap in hun werk; en na de ontwikkeling van Rembrandts eigen karakter, deelde hij steeds meer de impopulariteit, waarmee Seghers al van meet af aan omringd werd.

De populariteit die de naam Rembrandt later weer ging genieten is echter van zo twijfelachtig karakter en heeft zo weinig met de werkelijke waarde van zijn werken te maken, dat men er Seghers niet om hoeft te beklagen, dat hij met de andere meester slechts de dagen der onbemindheid heeft mogen delen. De overschaduwing van Rembrandt was zo zwaar, dat een der belangrijkste schilderijen van deze tentoonstelling indertijd aan de Uffizi-galerij te Florence werd geschonken als een … Rembrandt. Verwarrend was natuurlijk, dat Rembrandt, zoals ook in dit schilderij, af en toe eigen penseel in Seghers werk zette.

Landschap van Seghers in de Uffizi-galerij

SEGHERS nu valt vooral op door zijn landschappen. Hierin spreekt zijn karakter zich met de grootste kracht uit. Het zijn werelden op zich zelf, waarin bergen beeldende vormen zijn, realisaties van een diep oneindigheidsbesef. Zijn compositievermogen blijkt eigen wegen te gaan. Men moet weten hoe deze langgerekte wijde landschappen beeldend vermogen eisen, willen ze niet doods, vervelend illustratief of accentloos worden.

Zijn manier van werken vervulde echter iedere hoek van doek of plaat met eigen leven. Een beeldend werk is een organisme, met levende onderdelen, die gehoorzamen aan wetten, aan de eigen wetten van de beeldende kunst. De nabootsing van de natuur betekent voor deze kunstvorm nog niet het scheppen van zulk organisme.

Seghers schept een natuur. Bij hem betekent ieder kleurvak, iedere penseelstreek een noodzakelijk en vitaal neerschrijven. Het oppervlak van zijn werken is daartoe boeiend en gespannen beweeglijk en geheimzinnig. Geheimzinnig: niet in de zin , die men daar meestal aan hecht; ook niet als men weet dat Seghers een fantast was. Dat kan men op velerlei gebied zijn – Seghers was het echter in de omgang met zijn materiaal. Een groot, beeldend fantast. In de eindeloze betovering bewoog zich zijn penseel over het doek; zijn naald zich over de plaat, waarvan hij de druk later weer kleur gaf. Zijn drukken zijn bijna alle unieke exemplaren, variërend in de meest vreemde tinten.

Ge ziet: een kunstenaar, werkelijk levend bij zijn bezigheid, steeds scheppend in de eigenlijke zin van het woord, niet beklijvend bij behaalde resultaten. Vooral de berglandschappen zijn als een compleet mens, ze doen volkomen psychisch aan.

Ter verduidelijking echter even dit: hiermee is niet bedoeld, dat ze psychologische problemen stellen, of als zodanig geanalyseerd kunnen worden en daardoor hun betekenis zouden krijgen. Ze zijn zuivere veruiterlijking van een innerlijk; zuiver, omdat de beeldende taal waarin het geschiedde zuiver is. De berglandschappen zijn gecomponeerd en ontstaan, niet nageschilderd. Nergens ter wereld bestaan ze. Daarin is hij de evenknie van Breughel. Ook hier treft men een kracht van uitdrukking, die ons geen ogenblik de realiteit van het gegeven doet betwijfelen.

VOORAL HET grote landschap uit de Uffizi-galerij laat duidelijk zien, hoe Seghers donker en licht wist te ritmeren. Zo, dat we een wonderlijke indruk krijgen van de kwaliteit van het doorbrekend licht. Woestheid, onherbergzaamheid, eindeloosheid en bijna verstikkende groeikracht uiten zich in dit schilderij en ze zijn zo behandeld, dat men van het werk kan zeggen, dat het universeel is. Het geeft u ook inderdaad een universum in nieuwe vorm te zien.

Dit is wat in algemene zin wat uit Seghers  werk spreekt. Als u het gaat bekijken, zult u dit alles terugvinden in zijn “Rivierdal met huizen”, “Vergezicht in de bergen”, “Rivierdal met vier bomen”, “Dorp aan een rivier” en ook in het zoveel dichter bij huis schijnende “Gezicht op Rhenen”. Als u de etsen ziet, zal het u niet ontgaan, met welk een volkomen persoonlijk grafische- en kleurmiddelen hij de wereld van zijn vlak misschien nog onmiskenbaarder tot leven wekte.

Deze werken zijn klein, maar intens. De beweeglijke ritmiek van zijn hand heeft hier op geniale wijze het vlak weten te onderwerpen. De grote eenheid in zijn vergezichten overkoepelt de rijkdom aan details, de varianten van zijn schriftuur. Daarin heeft hij de natuur niet nagestreefd, maar opzijgestreefd. Dat is de beeldende kracht van zijn werk: dat elk  doek, en elke prent vol leven zijn. Het leven waartoe een groot kunstenaar zijn vlak weet te brengen.

 

G. G. LAMPE