Geen Pathos maar innigheid

Subtitel: Nederlandse Meesters in Boymans

Gepubliceerd: 29 Januari 1955 in Vrij Nederland

Hoe groot de Hollandse en Vlaamse meesters der XVIe en XVIIe eeuw waren in het kleine, het eenvoudige en weinig spectaculaire, kunt u met ontzag ervaren in Museum Boymans te Rotterdam. Met het ontzag dat ieder niet geheel van God verlaten mens zal ondervinden, tegenover deze meesters van de eenvoudige, warme menselijkheid, in deze tijd waarin op bijna alle gebieden van het leven de blaaskakkerigheid zich breed kan maken. Want hoe gewoon, zonder opzettelijkheid en zonder inhoud te willen suggereren door schijnbare interessantheid, zijn deze meesters aan het werk gegaan! Dat kan men duidelijk aflezen aan hun werk, tekeningen en aquarellen. Dat is het karakter van het werk dat we te zien krijgen: een zuiver genoteerde neerslag van de bereidheid als gewoon mens te voelen, te leven en te werken. Nu is dit een karakter, dikwijls meer eigen aan de tekening en de schets, dan aan het schilderij, dat meestal minder argeloos tot stand komt. Dat is iets geldend voor de kunstenaars van alle tijden. Het is alsof ze zich in de tekening, de krabbel, de penseelschets minder bespied wanen. En wie de eigenlijke emotionaliteit van de kunstenaar wil meten, kan dit dan ook dikwijls beter bij deze ‘argeloze’ uitingen terecht.

Nu is dit overigens een instelling die ons goed past, want tegenwoordig accepteren en bewonderen we in schilderijen dikwijls juist datgene wat men vroeger als te schetsmatig, te groot van vorm zou hebben afgewezen. Dit zou  dus tot een modern vooroordeel in het bekijken van kunst kunnen leiden. Maar als we op de tentoonstelling de meesterlijke tekening ‘de Vruchtbaarheid’ van Jordaens zien, dan is het toch moeilijk de idee af te wijzen, dat hij zich in deze tekening als kunstenaar zuiverder heeft getoond en gedragen dan in welk zijner schilderijen. Deze tekening bezit alle kwaliteiten die men in zijn schilderijen over het algemeen mist. Deze zijn meestal te uitbundig om nog stralend te mogen heten.

J. Jordaens Allegorie van de vruchtbaarheid

Ze zijn dikwijls geforceerd en qua peinture aan het grove grenzend: het grove in de zin van het botte. In deze tekening heeft hij echter op fijne wijze, met zoveel instinctieve picturale kracht met zijn materiaal gespeeld, dat een onvervangbaar nobele materie ontstond. Men zou zeggen: Jordaens op zijn best, ongedacht vaardig in het uitdrukken van fijne gevoelsschakeringen in zijn gewassen tekening. Er zijn zeer fraaie tekeningen te zien van Jan van Goyen, gewassen in een ijl grijs, meesterlijk in simpele vormgeving en het oproepen van een maximum aan atmosfeer met een minimum aan middelen.

Er zijn enige tekeningen van Rembrandt, die ons tonen hoezeer hij zich onderscheidt van sommige tijdgenoten die buiten zijn vormgeving  om niet zelf konden creëren. Als men dergelijke Rembrandt imiterende tekeningen naast die van de grootmeester legt valt op hoeveel bondiger bij alle beweeglijkheid, hoeveel samenvattender Rembrandt zag en tekende.

Van de Hollanders valt vooral op hoe zij de italianiserende invloeden, die bij de Vlamingen zo sterk spreken, weinig of niet ondergingen. Hier is geen pathos, maar innigheid. Voor zover de barok zich hier uitte ging het om eenvoudige picturale motieven, aan het directe leven ontleend.

Er is een prachtige tekening te zien van Adriaen van Ostade ‘Het laboratorium van een alchimist’. Dat is tenminste het uitgangspunt van de kunstenaar geweest. Maar men denke niet dat hij de geheimzinnigheid van zijn prachtig gewassen tekening heeft bereikt door extravagante voorstellingswijze. Integendeel: afgezien van de voorstelling, is de schitterende, flonkerende materie van de tekening, de brokkelige beweeglijke behandeling van de gewassen partijen op zichzelf al genoeg, om, abstract gezien, de gewaarwordingen te vertolken die de mensen van die tijd moeten zijn opgekomen t.o.v. de alchimist. In de voorstellingen van die tijd ongetwijfeld een figuur verbonden met de mysterieuze oerprincipes van leven en materie.

van Ostade: Het laboratorium van de alchimist

Hoe mooi is de tekening van een onbekend meester, een groep figuren uitbeeldend. De tekening geeft u, in voorbeeldig gevoel voor compositie den beeldeenheid, een groep, niet als een verzameling los bij elkaar getelde figuren, maar als een eenheid van vorm en psychologie.

Vergeet niet de haarscherp geobserveerde studies van Jan Brueghel naar paarden en mensen te bekijken. Een groot meesterschap maakte hier dingen, die, oppervlakkig bekeken, misschien te gewoon zijn om bij stil te staan, tot een doordringend bewijs van de wonderlijke aard van alles wat voorkomt: de realiteit. Fijn en vanzelfsprekend, vleugellicht getekend zijn de werken van Cornelis  Metsys. Een blad met modelstudies van Jacques de Gheyn dwingt al evenzeer onze bewondering af. Verstikkend weelderig is de tekening van Nicolaes van Beresteyn ‘Duinlandschap met laag- en kromgroeiende bomen’. En zou de stier, die een koe bespringt, van Paulus Potter niet een goed voorbeeld zijn geweest voor Picasso?  De drastische samenvatting op dit blad gegeven is een voorbeeld van geniale diertekenkunst. Picasso is als alle grote kunstenaars nooit zo ijdel geweest, dat hij van anderen niet zou willen leren. Er zijn meer voorbeelden te noemen, die zijn oog niet achteloos voorbij zal zijn gegaan. Zijn stiermotieven zullen buiten hun antieke ontlening misschien ook hier de bron hebben gevonden voor een nieuwe verwerking van het gegeven.

Ik hoop, dat wat ik u vertelde net niet te weinig is geweest en juist genoeg om u naar meer te doen verlangen. En dat kunt u ook vinden op deze tentoonstelling (die tot 14 februari duurt), van werken uit een tijd waarin men werkte vanuit eenvoudige, warme menselijkheid.

 G. G. LAMPE