Odilon Redon

Subtitel: Half schilder, half dichter
Gepubliceerd: 8 juni 1958, in Vrij Nederland


De werken van Odilon Redon, momenteel tentoongesteld in het Haagse Gemeentemuseum, inspireren talloze mensen tot diepzinnige en verheven gevoelens. Om dat vast te stellen hoeft men slechts de eerbiedig gefluisterde opmerkingen af te luisteren, voor een deel afkomstig van dametjes die vermoedelijk dol zijn op theosofie en Rozenkruiserij en die men niet dikwijls op tentoonstellingen aantreft. En op een andere manier kan men terecht bij de scribenten die hier een heerlijke kluif met literair houvast voor zich zien liggen. Zo zien we een legendarische grootheid om Redons werk ontstaan die met het eigenlijk intieme en introverte karakter ervan minder te maken heeft dan met de geheimzinnige titels die eronder staan. Dat is natuurlijk een vreemde en a-kritische toestand. Want werken van beeldende kunst dienen uitsluitend op hun beeldende kwaliteiten beoordeeld te worden. Geplaatst in de tijd waarin hij leefde (1840-1916) valt de beeldende kant van zijn werk in het niet vergeleken met de potentie van de reuzen die in tal van schokkende revoluties de nieuwe kunst te voorschijn brachten.

Odilon Redon - De Spin

Zijn werk heeft met de grote slagaderlijke stroming van de 19e naar de 20e eeuw weinig meer te maken, dan dat het paste in een bepaalde stemming en aspect van een tijd die uitliep in wat men graag als ‘fin de siècle’ aanduidt.

Dit betekent natuurlijk niet dat Redon geen kunstenaar met kwaliteiten zou zijn geweest. Ik tracht slechts de kijk die we op zijn werk hebben te ontdoen van literaire uitwassen en overwoekeringen en terug te brengen tot datgene wat voor een beeldend gezichtspunt noodzakelijk is.

Na een dergelijke vereenvoudiging van onze visie kan men vaststellen hier te staan voor de uitingen van een verfijnde en beschaafde, maar tegelijkertijd diep-fantastische geest, die gebruik maakte van het beeld, terwijl zijn wezenlijke structuur misschien meer aan het woord verwant was. Deze vreemde tweespalt bepaalt zowel de charme als de zwakte van het werk.

In het beeldende vlak gezien: een beperkt maar ernstig en dichterlijk talent. Het ‘op zich zelf staan’ van zijn werk laat men ook gaarne gelden als een teken van grootheid. Dit echter is niet genoeg. Wanneer men spreekt over ‘figuren’ in de kunst – en grote tentoonstellingen nopen ons daartoe – kunnen we ons moeilijk onttrekken aan het besef dat slechts diegenen groot zijn, die iets nieuws aan de kunst hebben toegevoegd. Iets nieuws in een positieve, een toekomst met nieuwe, mogelijkheden voortbrengende zin. En dat is nog meer dan ‘een eigen wereld scheppen’.

Redons gebrek aan invloed op de kunstontwikkeling is symptomatisch voor een gebrek aan kracht in het gebrek aan kracht in het gebruik van zijn beeldende middelen.

Men kan nu tegenwerpen: ‘Een ding is mooi en kunst en dan laat het me koud of er iets nieuws wordt toegevoegd aan de kunst’. Hiertegenover stel ik dat het werkelijk grote en belangrijke in de kunst nooit anders is dan een voorwaartsgaande stroom die niet terugloopt en niet blijft stilstaan. Zelfs niet in de onontkoombare ’eigen wereld’ die de kunstenaar dient te scheppen.

Het fascinerendst is Redon als hij er in slaagt de voorstelling ondergeschikt te maken aan zijn mysterieuze licht-donker begaafdheid of als hij in stromende kleurvlekken iets van een overgevoelig sidderend leven weet waar te maken. Dikwijls echter treden zijn voorstellingen als sentimentele toevoegingen op en worden dan de zuiverheid van het beeld storende elementen. De aandacht wordt dan verplaatst van het beeld naar de literatuur en naar de werkingen van een poëtisch fantaserend en symboliserend denken. Men kan het als een tragiek van deze fijnzinnige geest opvatten dat men hem vooral bewondert om een rijkdom die in wezen buiten het vlak ligt waarop hij zich zo graag bewoog: dat van de beeldende kunst. Maar juist op dat tragisch moment staan we voor de wezenlijke Redon. Want als fijn genuanceerde en gecompliceerde persoon valt hij per se niet samen met de uitstekende en mooie landschappen en bloemstukjes. In beide uitingen begaf hij zich niet buiten het zuiver beeldende, maar missen we zijn volledige individualiteit.

Wat is het geheim?

Op de tentoonstelling vindt men zwart-, krijt- en houtskooltekeningen die een grote aantrekkingskracht op het publiek uitoefenen, door de geheimzinnigheid van voorstelling en titels. Ik hoop echter dat men ook in staat is daarbuiten ‘het geheim’ te zien van zijn manier van doen. Want daarin moet men Redon vinden. Vreemde voorstellingen ziet men wel meer. Maar als men in de behandeling daarvan een plus aantreft waarvan men kan zeggen: ‘dat is de stam, het gebaar, de habitus, de structuur van Redon’, dan is men op iets reëels (althans in beeldende zin) terechtgekomen. Hetzelfde zou men kunnen zeggen van zijn etsen en lithografieën. Natuurlijk was hij in zijn element bij onvervalst van literatuur uitgaande werken als de lithografieën ‘La tentation de St. Antoine’ op,  tekst van Gustave Flaubert, ‘La maison haute’ en ‘Apocalypse de St. Jean’ en ‘Les Fleurs du Mal’.Aan al deze litho’s lagen gedachtewerelden ten grondslag die bijzonder geschikt waren als katalysatoren voor zijn fantaserend werken met geheimzinnige duistere en droomoproepende silhouetten. In het schilder- en pastelwerk komen de bezwaren soms het duidelijkst aan het licht. Schilderkunst is nu eenmaal van nature minder aan de literatuur verwant dan de illustratieve opvatting van zwart-wit.

En een in kleur getekende vorm is nog geen beeldende vorm, die samen met de kleur het beeld zijn bouw en ritmiek en uitdrukkingskracht verleent. Zo’n ingetekende vorm kan slap en tweeslachtig werken.

Tweespalt

Menigmaal ontaarden tederheid en gevoeligheid in mystiekerig mooidoen en zoetelijkheid. Iets wat men nog net kan verteren als men zich terdege bewust maakt van de ernst waarmee Redon werkt, en hoe zeer hij daarin zich zelf was.

Een figuur niet behorende tot de ene wereld, maar ook niet geworteld in de andere, noch volledig thuishorende in het beeldende, noch in het literaire gebied.

Misschien is dat de diepe psychologische zin van uitlatingen van Redon over zijn werk, waarin hij zijn tweespalt kenbaar maakt: ‘Ik ben in het zuiden geboren met iets en zelfs veel van het noorden in mijn ziel’, of als hij beweert ‘de logica van het zichtbare in dienst te stellen van het onzichtbare’.

GEORGE LAMPE