De bronzen uit Loeristan

Gepubliceerd: 24 Juli 1954 in Vrij Nederland.
Tot 26 September kan men in het Haags Gemeentemuseum een merkwaardige tentoonstelling zien van bronzen uit Loeristan. Dit is de streek gelegen in Iran ten oosten van Babylonië, ten noorden Elam, in de keten van het gebergte Zagros. Een plek van de wereld, die ons oude beschavingscentra in gedachte brengt, centra die menige schitterende archeologische vondsten in hun grond bewaarden. Tot de nalatenschap van een oude wereld behoort ook de collectie-Graeffe,waarover het hier gaat. De heer Graeffe is ambassadeur van België in ons land. Deze tentoonstelling toont, hoe hij in verre landen en bij vreemde volken niet slechts zijn land vertegenwoordigde, maar met zin voor de wetenschap en kunst uitingen van het kunnen dezer volken en merktekenen hunner beschavingsgeschiedenis wist te verzamelen.
Men kan de tentoonstelling zien als een gebeurtenis zien op archeologisch gebeid. De meeste bezoekers zullen echter met een andere bedoeling komen. Ze zullen langs de esthetische weg contact zoeken met de voortbrengselen van een ander mensengeslacht, zij het dat dit leefde in zo oude tijd, dat slechts enkele namen daaruit voor ons een zwakke klank van bekendheid hebben.
De beschouwing van deze tentoonstelling zal voor ons hoofdzakelijk van de kunstzinnige kant uitgaan. De archeologische zijden laten we dan rustig over aan de zeer zeldzame specialisten, die in staat zijn hier iets van gewicht over te berde te brengen.

Paardebit; ca. 1000 voor Christus

Wat krijgen we nu te zien op deze expositie? Een groot aantal wapens, slijpstenen, sieraden, zegelstempels en zegelringen, gespen, grafidolen, votiefspelden, mens- en dierfiguren, maskers, amuletten, paardebitten, teugelringen, beslag, vazen, schalen, gewichten en rinkelbellen. Men ziet: een opsomming die te denken geeft. Want treft men hier niet de kunst in de wieg, rechtstreeks ontstaand uit het contact met het dagelijks leven en de religie, die toen ook nog tot het dagelijks leven behoorde?

Hier zit een element in dat ons niet onbekend is. Want bij de oude volken en bij die, welke wij graag “primitief” noemen, schijnt het bijna een wet, dat de kunst geboren wordt als een extra-eigenschap van het gebruiksvoorwerp. En daartoe mogen wij religieuze voorwerpen ook rekenen.
En… er is een kant waar men niet onmiddellijk aan denkt, maar die juist voor onze tijd interessant is. Een kant, die we benaderen kunnen, als we ons realiseren, dat het juist onze tijd is, waarin men tracht het gebruiksvoorwerp weer een edeler vorm te geven en te breken met het misverstand, dat een gebruiksvoorwerp noodzakelijk lelijk moet zijn. Hier kan men anders leren. Het geëxposeerde omvat een tijdvak van ongeveer 2400 tot ongeveer 800 vóór Christus.

Paardebit 8e – 7e eeuw voor Christus

Men ziet hoe in de loop der tijden de voorwerpen een fijner, decoratiever karakter aannemen. Nauwlettend toeziend bespeurt men hoe aan de bewerking van eenvoudige voorwerpen een sterk en levend stijlgevoel ontspruit. Omstreeks 1200 v. Chr. schijnt de inderdaad Loeristanse stijl te ontstaan. De voor deze tijd voorkomende vormen, zouden naar men aanneemt, getrouwe kopieën zijn van wat men elders zag.
De oorspronkelijke Sumerische metaalbewerker was een man, die onder staatspriesterlijk toezicht werkte. Onder Hammurabi ging het hem slecht en in het Kassitische tijdperk van de rijke en machtige paardenkooplieden organiseerde hij zich, hetgeen zijn positie echter niet verbeterde, alhoewel hij nu vrij man was geworden.Toen echter omstreeks 1200 het Hethietenrijk uiteenviel, verviel ook het monopolie van de Hethietische ijzerfabricage. De zeer kundige en kunstgevoelige smeden van dit volk verspreidden zich in alle richtingen. Zo herkent men dan ook de Hethietische hand in sommige werken van Iran en het blijkt mogelijk te zijn, dat de ontwikkeling van een eigen stijl in Loeristan hand in hand ging met de bevrijding der smeden,de toestroom van de zeer bekwame Hethieten en de rijkdom der mensen, die door hun bezit van paarden de machtigen waren, de Kassiten. De ontwikkeling van de bronsindustrie in het Zagrosgebied zou hiervan het gevolg kunnen zijn.
Het is dan ook in deze tijd, dat de wapens steeds rijker versierd worden en ze krijgen om zo te zeggen, een eigen gezicht. Ze dienen dan ook niet meer alleen als wapen, maar ook als symbool van waardigheid. Het is ook niet verwonderlijk dat paardebitten een enorme rol spelen in een beschaving waar het paard begin en eind van de macht betekent.

Misschien zijn deze voorwerpen wel de meest treffende van de expositie. Zij ontwikkelden zich van eenvoudig gebruiksvoorwerp tot schitterende kleine kunstvoorwerpen , die buitendien bruikbaar waren. Ontstaan uit rechte en gebogen staven, geven zij in later tijd dierfiguren te zien, die aan weerszijden van de paardenkop bevestigd aan het bit, een fantastisch ornament moeten hebben gevormd. De betekenis van de sterk sprekende decoratieve vormen dezer bitten moet ver boven ons begripsvermogen uitgaan. Want de gestorven ruiter kreeg het bit in zijn graf mee. Men legde het onder zijn hoofd.
De aandachtige beschouwer zal nog iets opvallen. Om in de taal van onze tijd te spreken, worden de motieven steeds abstracter. Zoals we zien bij de Votiefspeld 192. De dierfiguren zijn hier tot bewegingen gereduceerd, die het object iets geven van geladen spanning en snelle vaart. Naar ons gevoel sterk geabstraheerd, betekenden de dierfiguren voor de mensen van toen altijd nog, in een zeer essentiële betekenis, dierfiguren. En hen trof niet het noodlot van de Chinese bruggetjes op ons Delfts blauw, die, rechtop gezet, tot zinloze versierende bliksemschichten werden. Men ziet aan de bijlen dikwijls een fraai bewerkt touwmotief, een artistieke herinnering wellicht aan tijden, dat men de bijl nog vastbond aan de greep. Dit is ook het geval met de knotsen. De votiefspelden met hun giftig schoon patina dragen dikwijls fijne ritmische graveringen, ook wel drijfwerk, soms geometrisch, dan weer in de vorm van levende figuren, aangebracht. De idolen geven dikwijls menselijke en dierlijke figuren te zien.
Ook weer in een sterk sprekende vereenvoudigde vorm. Over het algemeen valt hier de kantige, maar beheerste expressie op, die bijna alle voorwerpen kenmerkt.

Votiefspeld

Deze Loeristanse mensen moeten, zo men ziet, over een fijn maatgevoel hebben beschikt en over een smaak, die het contact met de ruwe substantie nog niet verloren had. Hiervan spreken de boeiende, originele vormen die men uitvond zonder op uitvindingen uit te zijn. Eenvoudige tooien als een haarspeld, of oorring (nr.93) geven een prachtige beweging en gevoel voor evenwicht te zien. Simpel opgebouwd op twee tegen elkaar inlopende spiralen.
De gewichten, die men niets vermoedend, voor fraaie armbanden aanziet, zijn in hun eenvoud prachtig om te bekijken. De maskers en mensenfiguren, meestal miniaturen, hebben iets hulpeloos en zijn daardoor ontroerend. Zo ook de intimiteit en vertrouwdheid, waarmee men de alweer zeer kleine dierfiguren vorm gaf, soms met fijne gravures bewerkt.
Zo ziet men een kleine, uiterst levendige wereld, die in sterke suggestieve vormen tot u spreekt. Door het patina heen, dat ieder voorwerp hier bedekt, en groen, grijsgroen, blauwgroen en soms zwart is. Het patina van eeuwen.

G. G. LAMPE